Projectbeschrijving en Concept onderzoek

English version

Onderzoek naar de empirisch verifieerbare invloed van sociale media op ongelijkheid in de maatschappij

Mijn visie op de impact van sociale media werd beïnvloed door kritische auteurs zoals Manfred Spitzer, Sherry Turkle, Sarah Kiesler, Evgeny Morozov, Geert Lovink, Christian Fuchs, Mayo Fuster Morell, Zeynep Tufecki, Micah M. White enzo . Toen enkele beperkte sociale experimenten, met sociale media als secundaire ondersteuning, op een catastrofe eindigden, raakte ik ervan overtuigd dat sociale media nutteloos en zelfs schadelijk zijn. Uiteindelijk voelde het als een mentaal concentratiekamp waarvoor ik me vrijwillig had aangemeld.

Daarom stopte ik alle communicatie activiteiten op sociale media. Sporadisch zal ik sociale media nog enkel als distributie kanaal gebruiken, niet om te discussiëren. Ik ben me ervan bewust dat dit een radicaal standpunt is, daarom heb ik besloten dit effect te meten. Ik heb ook een manier gevonden om dit te doen met deelname van het publiek.

Hoe dan ook, ben ik ervan overtuigd dat mensen hun gebruik van sociale media best serieus afbouwen , terwijl ze face -to-face communicatie terug opbouwen. Creëren van mogelijkheden om mekaar face-to-face te ontmoeten is een taak voor elke burger. Dat is in alle geval mijn visie op de samenleving.

Entrance of the Chauvet cave in France

Evolutie van sociale ongelijkheid in verschillende tijdperken vergelijken en meten

De mate van sociale ongelijkheid wordt door mij gezien als een functie van de sociale structuur. De manier waarop ik die structuur opbouw is experimenteel. Ik heb mijn methode proberen uitleggen in de Engelstalige versie van deze tekst, maar dat bleek niet te werken1. De methode is ingegeven door enerzijds de kritiek van C. Wright Mills op “abstract empirisme” en anderzijds is het een interpretatie van het dynamisch structuralisme van Jean Piaget en de tweede generatie dynamisch structuralisten rond Heinz Von Foerster, ook cybernetica van de tweede orde genoemd. Heinz von Foerster stelde dat bij het beschrijven van een systeem de waarnemer altijd moet rekening houden met zichzelf als waarnemer en als onderdeel van dat waarnemingssysteem.

Hij stelde het als volgt:

“… a brain is required to write a theory of a brain. From this follows that a theory of the brain, that has any aspirations for completeness, has to account for the writing of this theory. And even more fascinating, the writer of this theory has to account for her or himself. Translated into the domain of cybernetics; the cybernetician, by entering his own domain, has to account for his or her own activity. Cybernetics then becomes cybernetics of cybernetics, or second-order cybernetics.”

Het moet allemaal nog een beetje rijpen in de geesten, maar ik ben ervan overtuigd dat er veel uit de methodiek te halen valt. Dat de structuren die we ermee kunnen maken ons een beter inzicht geven in de maatschappij en onze plaats daarin. Iets waar nood aan is, denk ik. Ik doe er dus mee verder zonder de lezer er nog mee lastig te vallen. Het eindresultaat telt en dat is niet moeilijk te vatten. Ik zal over de methode een uitgebreid artikel schrijven na dit experiment. Ik schaaf er intussen ook nog aan2.

Hieronder een voorbeeld van het soort structuren die ik uit de lectuur en analyse van de wetenschappelijke litteratuur haal en beknopt weer zal geven in korte artikels. Deze artikels zijn dan opnieuw basis van structuuropbouw.

Directed, Signed Graph, extract of the social structure of the Huntergatherers

De pijlen zijn causale verbanden in de breedste betekenis van het woord. Processen en toestanden die elkaar stimuleren of afremmen, maar ze hebben telkens wel invloed op elkaar. In welke mate? Dat wil ik meten, of liever laten bepalen door een publiek. In de eerste fase door vrijwilligers on line, in een latere fase moet dit publiek een gewogen staal zijn van de bevolking van Vlaanderen bijvoorbeeld.

Het voorbeeld schema hierboven is een netwerk van gerichte ‘graphs’ die een plus of een min waarde hebben. Het is een fragment dat de causale samenhang tussen de activiteiten en toestanden van jagers-verzamelaars voor productie, distributie, communicatie, sociaal gedrag en psycho-pedagogische attitudes in functie van hun politieke structuur weergeeft, een directe en deliberatieve democratie. Ik noem het wiskunde zonder getallen3.

Hoewel de sociale structuur zo volledig mogelijk zal worden behandeld, ben ik in feite alleen geïnteresseerd in dat deel dat de beslissingscapaciteiten in het leven van de mensen in de bestudeerde periode beïnvloedt. Op dit punt kan ik alleen structuren vergelijken. De interpretatie van deze structuren zal aan het publiek worden aangeboden met behulp van een geïnformeerde enquête.

Om die enquête aan te bieden en deze structuren te vergelijken, moet ik getallen toevoegen om een netwerk te bekomen van gerichte, gewogen graphs met een plus of min teken. Omdat de uiteindelijke structuur zal bestaan uit een beperkt aantal causale relaties tussen processen en toestanden, is het mogelijk om het resultaat te deconstrueren in een lijst met vragen over die causale relaties. Mensen zullen worden gevraagd om een nummer tussen -50 en +50 toe te kennen die het belang van deze causale relatie voor hen uitdrukken. Negatief of positief. Een positief teken geeft stimulatie aan, een negatief teken geeft remming aan.

Wall Painting in the Chauvet cave in France

Zoals u in de netwerk afbeelding kunt zien, eindigen alle rode pijlen op [dem] deliberative democratie. Bij die substructuur zijn 15 graps betrokken, 15 vragen kunnen uit de causale relaties worden afgeleid die in dit netwerk weergegeven worden, wat kan resulteren in 15 waardebepalingen. Het is de cumulatie van al deze waardebepalingen die zal worden genomen als het resultaat van de substructuur als geheel.

Hiermee kunnen we het totale gewicht van de beslissingsmogelijkheden gedurende een bepaalde periode berekenen. Ik ben vooral geïnteresseerd in de vergelijking van de periode 1960-1980 en de periode na 2000, maar de vergelijking met de nulmeting en een tussenliggende periode van de late middeleeuwen en daarna kan ook leerzaam zijn.

Ik wil dus maatschappijstructuren van verschillende tijdperken vergelijken. Perioden die zullen worden besproken: de jager-verzamelaars, mogelijk als ik enige academische ondersteuning weet te verwerven, de late middeleeuwen en de periode na de uitvinding van de drukpers, maar het belangrijkste deel zal de periode 1960-1990 zijn en de periode na 2000 toen de sociale media opkwamen en invloedrijk werden .

Een beknopte analyse van de jagers-verzamelaars maatschappij dient als nulmeting en referentie. Referentie omdat verschillende wetenschappers zoals bijvoorbeeld Richard Wilkinson, Kate Picket, Robin Dunbar, Frans De Waal er op wijzen dat ons brein zich voornamelijk ontwikkeld heeft in de periode dat we als groepen jagers-verzamelaars op deze aardbol ronddoolden. Deze periode overspant 90% van onze aanwezigheid op deze planeet.

Het is de bedoeling om telkens de sociale basisstructuur van een bepaalde maatschappij weer te geven. Alhoewel ik mij daar bijvoorbeeld bij de jagers-verzamelaars, vooral baseer op antropologische onderzoek, ben ik in feite enkel geïnteresseerd in de sociologie van de jagers-verzamelaars. Dit is het niveau waarop ik de processen bekijk en vergelijk.

Wetende dat ecologie een enorme rol speelde in hun leven, maar dat ik daar niet kan bij stilstaan is een veralgemening, die te betreuren valt, maar die tevens het sociologisch beeld zou scheef trekken. Hierdoor vallen ook de verschillen tussen de groepen op de verschillende continenten weg. Deze beperking tot een niveau is nodig omdat (1) meerdere niveaus kunnen enkel door uitgebreide teams behapt worden en (2) als men gaat meten met elementen van verschillende niveaus, speelt men natuurlijk vals. Dit heeft ook te maken met de complexiteit van de mens en zijn sociale structuren4.

Wall Painting in the Chauvet cave in France

Persoonlijke visie

Een bedenking achteraf. Dit soort bevragingen lijkt mij zinvoller dan allerlei opiniepeilingen die tegenwoordig met de regelmaat van een klok op ons afkomen. Het is een publiek geheim dat ook politieke partijen gretig gebruik maken van dit instrument, wat C. Wright Mills ‘abstract empirisme’ noemde. Alleen zij gebruiken de resultaten van dergelijke praktijken meestal enkel intern. Om te zien welke maatregelen ze kunnen nemen zonder dat hen dat al te veel stemmen gaat kosten. Dit soort ad hoc politiek, zonder echte samenhang, niet gedragen door een visie heeft intussen tot een impasse van de democratie geleid. De burger gelooft er niet meer in en zwalpt van het ene uiterste naar het andere. Maar die burger heeft ook niet altijd gelijk. Denk aan ‘not in my backyard’. Met de klimaatcrisis die op ons afkomt, zullen ook maatregelen moeten genomen worden die niet populair zijn.

Ik hoor dan van de andere kant, van de grote critici, de ideologen, dat het ons ontbreekt aan een groot verhaal. Ik wantrouw de grote verhalen. Ze werken in alle geval niet meer. De jeugd is veel beter opgeleid dan 50 jaar geleden. Ze zijn kritisch en maar goed ook. Ik ga proberen aantonen dat het niet zo moeilijk is om een verhaal te vertellen door te beginnen met kleine verhalen en te zoeken naar samenhang. Aan de politici om hetzelfde te doen.

Voetnoten

1Toen bleek dat twee getalenteerde vrienden, een wiskundige en wetenschapsfilosofe  en een socioloog en informaticus niet onmiddellijk begrepen waar ik op aanstuurde, moest ik me erbij neerleggen dat mijn methode nog niet intuïtief te begrijpen was, wat wel mijn bedoeling was. Tot mijn groot jolijt was een derde vriend, met voorlopig minder papieren, wel onmiddellijk mee. Met extra uitleg begrepen de anderen het ook, denk ik.

2Ik gebruik een vereenvoudigde vorm van een experimentele Process Markup Language. De syntaxis is af, maar er zijn nog wat problemen met de semantische regels.

3Zie John G. Kemeny, Mathematics without Numbers, 1959, Daedalus Vol. 88, No. 4, Quantity and Quality, pp. 577-591, Mit Press url: https://www.jstor.org/stable/20026529?seq=1#page_scan_tab_contents

4Zie daarover Rik Pinxten, 2008, p. 71