Category Archives: jagers-verzamelaars

Sociale structuur Jagers-verzamelaars

In selective adaptation to the perils of the Stone Age, human society overcame or subordinated such primate propensities as selfishness, indiscriminate sexuality, dominance and brute competition. It substituted kinship and co-operation for conflict, placed solidarity over sex, morality over might. In its earliest days it accomplished the greatest reform in history, the overthrow of human primate nature, and thereby secured the evolutionary future of the species. (Sahlins, M. D. 1960 The origin of society. Scientific American 203(3): 76–87)

Inleiding en Beperkingen

Wat betreft de jagers-verzamelaars, volgt een schets van de causale1 samenhang tussen de activiteiten en toestanden die productie, distributie, communicatie, sociaal gedrag en psycho-pedagogische attitudes weergeven. Dit in functie van hun politieke structuur, een deliberatieve democratie. Beschouw deze teksten als wetenschapsjournalistiek, niet als wetenschap. Ze steunen op wetenschappelijk onderzoek van archeologen en antropologen. De tekst moet kunnen begrepen worden door wie secundair onderwijs gevolgd heeft. Daarbij heb ik het gebruik van klare taal nagestreefd. Omwille van de precisie kunnen vaktermen gebruikt worden. Daar waar deze uitleg behoeven krijgen ze een link naar de Wikipedia mee.

Aangezien men op basis van archeologisch onderzoek een eerder speculatief en dikwijls vaag beeld krijgt van het sociale leven van de jagers-verzamelaars, zijn we voor feitelijke kennis vooral aangewezen op de antropologie van de nog bestaande groepen jagers verzamelaars. Nomadische herdersvolkeren of primitieve landbouwers die permanente teelten combineren met jagen en verzamelen zijn het stadium van de jagers-verzamelaars uit het steentijdperk voorbij. Hoogstens de domesticatie van honden en andere kleine huisdieren kan nog tot hun cultuur gerekend worden. De reden voor zoveel strengheid is dat in mijn opzet de nog bestaande jagers-verzamelaars dienen als prototype voor hun voorouders uit het steentijdperk. Dus laat ik ook deze groepen weg die te sterk onder druk stonden van de hen omringende culturen, wat niet wegneemt dat ze ook interessant zijn om te bestuderen, maar niet in deze optiek2. Frank Marlowe stelt:

“When reconstructing periods before horse domestication with data from ethnographic foragers, we can ignore the equestrian foragers. If we are interested in the period before 30,000 years ago, we might exclude the arctic foragers because it was only during the last 30,000 years that very cold areas were occupied by modern sapiens.”3

Voor onze voorouderlijke de jagers-verzamelaars als nulmeting is vooral het laat pleistoceen, zo’n 100.000 jaar geleden, belangrijk. Vooral de periode op het einde van het laat pleistoceen en het begin van het holoceen, wanneer ze op het hoogtepunt van hun evolutie gekomen waren, vanaf ongeveer 20.000 jaar geleden tot de komst van de landbouw 12.000 jaar geleden.

Het probleem is dat er geen geschreven bronnen zijn van de jagers-verzamelaars zelf. Een schrift hadden ze nog niet ontwikkeld. Maar ze lieten wel intrigerende tekeningen en schilderingen achter op rotsen en in grotten. Er is zelfs een beeldje met de vorm van een vrouw gevonden van onze verre voorouders, dat zo’n 40.000 jaar oud is, de Venus van Hohle Fels. Uit dezelfde periode stamt de het beeld van de Leeuwmens. Het eerste beeld is een voorbeeld van zelfexpressie het tweede verwijst waarschijnlijk naar een mythologie, naar een van de verhalen die ze aan elkaar doorvertelden van generatie tot generatie. De rotstekeningen zijn de voorbode van de ontwikkeling van een schriftuur. De twee oudste schriften, de Jiahu symbolen uit China en de hiërogliefen uit Egypte zijn gebaseerd op voorstellingen van objecten en niet op klanken zoals het moderne schrift.

Paleolithische beeldjes van Venus: van links naar rechts – Venus van Hohle Fels (40.000 jaar oud), Venus van Dolni Vestonice (29.000 jaar oud), Venus van Willendorf (24.000 jaar oud)

De eerste geschreven getuigenis over hun bestaan vinden we waarschijnlijk bij de oude Egyptenaren. Onder de Farao’s deed een mythe de ronde over ‘kleine rode mannetjes’. Dat sloeg waarschijnlijk op de pygmeeën die zo’n 6000 geleden nog in West-Afrika leefden voor ze er verdreven werden. De kennis over hen is waarschijnlijk overgebracht door de  handeldrijvende Peul die langs de zuidkant van de Sahara tussen Oost- en West-Afrika heen en weer reisden4. We zijn dus aangewezen op de archeologie, evolutionaire biologie en genetica en op de antropologische studie van de nog bestaande jagers-verzamelaars die hun cultuur bewaard hebben zonder al te veel invloeden van buiten af.

De minst cultureel beïnvloede volkeren waren de ‘aboriginals’ in Australië. Pas in 1770 startte daar de kolonisatie, nadat James Cook er aan wal ging. In Azië, Afrika en Zuid-Amerika zijn nog veel groepen jagers-verzamelaars te vinden wiens cultuur slechts in geringe mate is aangetast door de kolonisten. In de regenwouden en tropische gebieden zoals de Kalahari woestijn – niet echt een woestijn trouwens – komt men ze nog tegen. Soms leven ze naast landbouwculturen, maar vertikken ze het om aan landbouw te doen. Ze vinden dat ze een goed leven hebben. Wat de boeren in de buurt dan weer niet begrijpen. Deze zouden maar al te graag op hun goedkope arbeid beroep doen, wat wel eens gebeurt als ze iets extra nodig hebben. Maar landbouw betekent lange werkdagen. Dat vinden ze veel te lastig5.

Een algemeen beeld van hun samenleving krijgen we van Frank Marlowe die een overzicht maakte van 478 groepen over de hele wereld verspreid6. Dat daarbij specifieke kenmerken naar de achtergrond verdwijnen is onvermijdelijk. Ik heb gekozen voor gender-egalitaire samenlevingen van jagers-verzamelaars, die worden door cultureel antropologen nog altijd als zeldzaam beschouwd. De Ju/’hoansi of !Kung, de Mbuti, Agta en Hazda in Afrika, de Malapantaram en Polyan in India, de Aeta en Mbendjele op de Filipijnen, de Ache in Paragay en de Batek in Maleisië zijn in alle geval gender-egalitair7. Toch zijn er meer argumenten om aan te nemen dat onze verre voorouders in het steentijdperk gender-egalitair waren dan er argumenten tegen zijn.

Ju-Hoansi San, Kalahari, Afrika

Ongeveer 70.000 jaar geleden is de homo sapiens zich beginnen verspreiden vanuit Afrika. De onderzoekers Lev A. Zhivotovsky, Noah A. Rosenberg and Marcus W. Feldman schatten dat de gehele populatie van onze voorouder ten tijde van de Afrikaanse expansie bestond uit slechts ongeveer 2.000 individuen. De kleine omvang van deze voorouderlijke populatie kan verklaren waarom er zo weinig genetische variabiliteit in menselijk DNA is, in vergelijking met die van chimpansees en andere nauw verwante soorten.

Omdat alle mensen vrijwel identiek DNA hebben, moeten genetici zoeken naar kleine chemische variaties die de ene populatie van de andere onderscheiden. Eén techniek omvat het gebruik van “microsatellieten” – korte repetitieve DNA-fragmenten waarvan de variatiepatronen verschillen tussen populaties. Omdat microsatellieten van generatie op generatie worden doorgegeven en een hoge mutatiesnelheid hebben, zijn ze een handig hulpmiddel om te schatten wanneer twee populaties uiteenliepen. In hun onderzoek vergeleek het onderzoeksteam 377 microsatellietmarkers in DNA verzameld van 1.056 individuen die 52 geografische locaties vertegenwoordigen in Afrika, Eurazië (het Midden-Oosten, Europa, Centraal- en Zuid-Azië), Oost-Azië, Oceanië en Amerika.

Statistische analyse van de microsatellietgegevens onthulde een nauwe genetische relatie tussen twee jager-verzamelaarpopulaties in Afrika bezuiden de Sahara – de Mbuti-pygmeeën van het Congobekken en de Khoisan (of “bosjesmannen”) van Botswana en Namibië. Deze twee populaties ‘kunnen de oudste tak van moderne mensen vertegenwoordigen die hier is onderzocht’, concludeerden de auteurs. Wel beide groepen zijn gender-egalitair. Khoisan betekent in feite niet-Bantoe en slaat onder andere op de Ju/’hoansi en de San die dezelfde kliktaal delen8.

Een tweede reden die deze keuze rechtvaardigt is het feit dat de samenhang in de culturen van de jagers-verzamelaars in die richting wijst. Zo kan de intense omgang en samenwerking met niet-verwanten enkel verklaard worden door gelijkheid van seksen, in het tegenovergestelde geval is die minder waarschijnlijk. Waarom de cultureel antropologen gender-egalitarisme dan nog altijd als zeldzaam beschouwen kan verschillende oorzaken hebben. Het aspect kan bij de nog levende jagers-verzamelaars verwaterd zijn door contact met of onder druk van de buitenwereld. Het kan ook zijn dat antropologen in een door mannen gedomineerde cultuur er geen aandacht aan hebben besteed,ook al stelden ze vast dat de meeste groepen wel egalitair waren. Het is en blijft een nulmeting – zie concept van deze opzet – en die is altijd een beetje willekeurig.

Célia Xakriabá een van de leiders van de Inheemse bevolking van het Braziliaanse Regenwoud, van de Articulaçao dos Povos Indigenas do Brazil (APIB)digenous Peoples of the Brazilian Rainforest, the Articulaçao dos Povos Indigenas do Brazil (APIB)

De eerste veldonderzoeken hadden in alle geval plaats op een moment dat de jagers-verzamelaars redenen hadden om zich bedreigd te voelen waardoor de spanningen onderling en tussen de verschillende groepen konden oplopen. Dat kon een vertekend beeld geven. Zo waren de Batek in Maleisië rond 1890 nog het slachtoffer van slavenhandelaars9.

Er zijn ook wel enkele reserves te plaatsen bij veldonderzoeken van de hedendaagse jagers-verzamelaars als prototype van de jagers-verzamelaars van het steentijdperk. We zijn intussen duizenden jaren later. Marlowe zelf vermeldt de technologische veranderingen die de jagers-verzamelaars zich eigen gemaakt hebben na het steentijdperk10. Dit kan invloed gehad hebben op hun levenswijze.

Er zijnookbelangrijke vragen te stellen bij de methode van een bepaalde antropologie, zeker als die zich nog niet los had gemaakt van een koloniale kijk op de wereld.Is het onderzoek van buitenaf of van binnenuit gevoerd? In dialoog met de groepsleden of vanop afstand? Van buitenaf verviel men nogal eens in projecties.

Om al die redenen is aanvullend materiaal uit interdisciplinair onderzoek, DNA onderzoek, sociaal biologisch en sociaal neurologisch onderzoek een welkome bijdrage. Sociale neurologie, omdat de sporen die de jagers-verzamelaars in ons brein hebben nagelaten – zie de eerder geformuleerde aanname van Richard Wilkinson en anderen – wel degelijk significant zijn en bovendien gemeten werden in onderzoeksopstellingen met fMRI. Een vrij soliede basis voor bewijs. Een voorbeeld daarvan is de pijnreactie bij sociale uitsluiting11. In de maatschappij van de jagers-verzamelaars leefde men niet alleen op verschillende manieren sterk verbonden met elkaar, oorzaak en gevolg waren er ook nauw verstrengeld12.

Een andere vervelende kiezel in onze schoen is ook het feit dat in het gebied waar onze beschaving ontstaan is, het stroomgebied van de Tigris en Eufraat en rond de Middellandse Zee, er geen jagers-verzamelaars overgebleven zijn. De zeer vroege overschakeling op landbouw, heeft ze daar allemaal uitgefaseerd. Het is echter niet zo dat de oorspronkelijke jagers-verzamelaars in Europa en de latere boeren verschillende volkeren waren. Uit onderzoek van beider genomen blijkt dat verschillende generaties met elkaar in contact waren. Daarvan vind men de sporen in het genetisch materiaal13.

Het leidt geen twijfel dat landbouwers de jagers-verzamelaars op veel plaatsen verdrongen hebben en het houdt niet op. In de Braziliaanse regenwouden staan de daar nog levende inheemsen zwaar onder druk. Hun leefgebieden worden gekapt voor illegale houtkap en om plaats te maken voor de industriële soja teelt. Dit is niet alleen wreed, het is ook oerdom. De wouden waarin ze leven zijn naast de oceanen de belangrijkste long van Moeder Aarde. In deze tijden van klimaatcrisis is elke vierkante meter bos die gekapt wordt er een te veel. Daarom willen we onze steun uitspreken voor de Articulaçao dos Povos Indigenas do Brazil (APIB), zie http://apib.info/apib/?lang=en.

Foute opvattingen over jagers-verzamelaars zijn wijd verspreid. Een misleidende opvatting is dat ze niet over dezelfde intellectuele capaciteiten beschikten als de moderne mens. Niets is minder waar, ik kom daar nog uitvoerig op terug14. Toch stoort het mij dat, als ik beelden opzoek van jagers-verzamelaars, ik telkens tekeningen krijg van baardige tronies met dik aangezette wenkbrauwen waar men in de vorm van het getekende aangezicht nog de hoekige sporen ziet van de vroegere primaten. Die baarden dat zal wel kloppen. Maar zoals bij ons wenkbrauwen niet verder doorgroeien, was dat ook niet het geval bij de jagers-verzamelaars. En de vorm van hun aangezicht was 20 duizend jaar geleden al dezelfde als deze van ons vandaag.

Aangezichtsreconstructie van de jagers-verzamelaars, de Chan de Lindeiro in Spanje

Voetnoten

1Causaal moet hier gezien worden in zijn breedste betekenis, niet enkel als directe oorzaak, maar ook als stimulans of remmende factor. In de sociale wetenschap zijn processen en toestanden zelden te herleiden tot een enkele oorzaak. Monocausaliteit is er meestal een vorm reductionisme. De mens is al een zeer complex wezen, een maatschappij van mensen is dus nog complexer.

2Omsingeld door de kolonisten en geplaagd door geïmporteerde ziekten hadden de Noord-Amerikaanse Indianen het moeilijk om zich te handhaven. De strijd op leven en dood die ze moesten leveren heeft sporen nagelaten. De Europese cultuur is binnen gesijpeld. Zo was de Tomahawk bijlkop oorspronkelijk van steen of hoorn. De Fransen en Engelsen hebben hen metalen gereedschappen aangereikt. Paarden als rijdieren is ook iets wat ze overgenomen hebben van de Europeanen. De Mustang is ingevoerd door de Spaanse en Portugese conquistadores. Vooral het gebruik van vuurwapens is zorgelijk, daar waar de meeste jagers-verzamelaars geweldloos waren. Het ergst is dat het een volk is dat door en door vernederd is.

3Zie Frank W. Marlowe, Hunter-Gatherers and Human Evolution, 2005, p. 56.

4Zie Rik Pinxten, 2011, p. 114.

5Zie Marshall Sahlins, Stone Age Economics, 1973, p. 27-28

6Zie Frank W. Marlowe, 2005.

7Zie Kirk Endicott & Karen Endicott, 2008, p. 10, M. Dyble et al., 2015 en Silke Felton & Heike Becker, 2001

8Zie Lev A. Zhivotovsky, Noah A. Rosenberg and Marcus W. Feldman, Features of Evolution and Expansion of Modern Humans, Inferred from Genomewide Microsatellite Markers, 2003

9Zie Kirk Endicott & Karen Endicott, The Headman was a Woman: The Gender Egalitarian Batek of Malaysia, 2008, p. 15.

10Zie Frank W. Marlowe, 2005, p. 64-65.

11Zie Naomi Eisenberger et al., Does Rejection Hurt?, 2003. Voor een overzicht, zie Daniël Verhoeven, 2007, Does rejection hurt? http://danielverhoeven.deds.nl/PDF/Doesrejectionhurt.pdf.

12Het was een echte netwerkmaatschappij. Zie de indeling van Rik Pinxten, Mensen, 2011, p. 134.

13Zie Gonzalez-Fortes and Jones et al., Paleogenomic Evidence for Multi-generational Mixing between Neolithic Farmers and Mesolithic Hunter-Gatherers in the Lower Danube Basin, 2017

14Zie Rik Pinxten, 2011, p. 171-178.